Naar boven
MENU
MENU

Beëindiging arbeidscontract

De werkgever kan het arbeidscontract niet zomaar opzeggen als de werknemer hier niet mee instemt. Wel kan de werkgever de arbeidsovereenkomst beëindigen door opzegging via een ontslagprocedure bij het UWV of ontbinding door de Kantonrechter of het niet verlengen van een tijdelijk contract. Tenslotte kan de werkgever ook voorstellen het contract met wederzijds goedvinden te beëindigen.

Aanspraken werknemer

In geval van beëindiging van het contract kan de werknemer aanspraak maken op afgifte van de navolgende documenten:

  • Een eindafrekening;
  • Een neutraal of positief getuigschrift.

In geval van beëindiging van het contract kan de werknemer aanspraak maken op betaling van de navolgende bedragen:

  • Achterstallig loon;
  • Ten onrechte ingehouden bedragen op uw loon;
  • Verschuldigde toeslagen wegens gewerkte overuren, wegens gewerkte nachtelijke uren, wegens gewerkte uren op zaterdagen en/of zondagen en wegens gewerkte uren op feestdagen;
  • Opgebouwde doch niet opgenomen vakantiedagen;
  • De pro rato verschuldigde vakantietoeslag;
  • Loon over de geldende opzegtermijn;
  • Transitievergoeding.

Let op : voor verzoeken tot het toekennen van een transitievergoeding geldt een vervaltermijn van drie maanden na het einde van de arbeidsovereenkomst.

Recht op WW-uitkering

In geval van beëindiging van het contract door opzegging door de werkgever of ontbinding door de kantonrechter heeft de werknemer recht op een WW-uitkering, tenzij de werknemer ernstig verwijtbaar heeft gehandeld. Door akkoord te gaan met een voorstel van de werkgever tot beëindiging van het contract verliest de werknemer niet het recht op een WW-uitkering. Voorwaarde is wel dat duidelijk is dat het initiatief bij de werkgever ligt , er geen dringende aan de werknemer te verwijten reden is, dat de werknemer niet ziek is en dat rekening wordt gehouden met de opzegtermijn voor de werkgever.

Advies

Laat elke beëindiging van een arbeidsovereenkomst op een van de bovenstaande wijzen en ook ieder voorgenomen en/of gegeven ontslag al dan niet op staande voet toetsen door een arbeidsrechtjurist.