Door de problemen rond het coronavirus zullen veel mensen er financieel minder goed voor komen te staan. Dit kan tijdelijk zijn, maar ook langduriger. Als u werkzaam bent als ondernemer, ervaart u wellicht nu al omzetverlies. Als ZZP’er krijgt u mogelijk minder opdrachten binnen en ziet u daardoor uw omzet dalen en uw winst afnemen. Wanneer u in loondienst bent, krijgt u mogelijk (tijdelijk) minder loon uitbetaald of verliest u op enig moment zelfs uw baan. Mogelijk raakt u in de problemen met de betaling van uw alimentatie. Of wellicht heeft u door de gewijzigde omstandigheden juist meer alimentatie nodig.

Verplichting

Als de verplichting tot betaling van alimentatie is opgenomen in een overeenkomst of beschikking van de rechtbank, dan moet de alimentatie in beginsel ook betaald worden. Stoppen met betalen zonder toestemming van de alimentatiegerechtigde is niet toegestaan. De alimentatie kan dan door het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdrage (“LBIO”) worden geïnd. Vooralsnog is het niet duidelijk hoe het LBIO hiermee omgaat, nu er in veel gevallen sprake is van overmacht of een financiële noodsituatie door de gevolgen van het coronavirus.

Gronden voor wijziging

Het wegvallen of verminderen van het inkomen is in beginsel reden voor wijziging van de alimentatie. De wet noemt een wijziging van omstandigheden als grondslag voor een mogelijke wijziging van de alimentatie. Een inkomenswijziging is dus aan te merken als een dergelijke wijziging van omstandigheden voor zover de draagkracht van de alimentatieplichtige hierdoor vermindert.
Wijziging van de alimentatie vanwege inkomensverlies of -vermindering is dus zeker mogelijk, zolang het verlies niet verwijtbaar of vermijdbaar is.

Rechtbank

Ter bestrijding van het coronavirus zijn de gerechten met ingang van dinsdag 17 maart tot en met 6 april 2020 gesloten. Dat betekent dat het aanbrengen van nieuwe zaken op dit moment niet wenselijk is. Urgente zaken gaan wel door. Dit zijn zaken waarin een rechterlijke beslissing niet uit kan blijven, omdat dit gevolgen heeft voor de rechten van rechtszoekenden. Bepaalde familiezaken zijn als urgent aangemerkt. Alimentatiezaken worden vooralsnog niet als urgent aangemerkt. Na 6 april 2020 komt hier wellicht verandering in.

Wees redelijk!

Het is voor iedereen een moeilijke tijd, waarin van ons gevraagd wordt om ons constant aan te passen. Maatregelen veranderen bijna dagelijks. Probeer daarom juist nu een beetje rekening te houden met elkaar. Wees redelijk en probeer met elkaar tot een oplossing te komen.

Advies

Geadviseerd wordt in onderling overleg tijdelijk een nieuw alimentatiebedrag af te spreken. Als deze crisis achter de rug is, kunnen de oude afspraken herleven, ofwel kan er een hele andere regeling getroffen worden.

Heeft u vragen naar aanleiding van dit artikel of andere vragen neemt u dan gerust vrijblijvend contact op met Mr M.J.S. Linssen (linssen@koppelaarlinssen.nl).

Uitzendkrachten maken zich zorgen over de gevolgen voor hun baan door de uitbraak van het coronavirus. Hoe zit het bijvoorbeeld met de doorbetaling van hun loon?

Loondoorbetaling

Met de loondoorbetalingsplicht zijn er drie verschillende situaties mogelijk:

1. De uitzendkracht is ziek (isolatie)

Hiervoor gelden de normale regels bij ziekte. De gevolgen zijn dus afhankelijk van het soort arbeidsovereenkomst:

• Bij overeenkomsten met uitzendbeding dient het uitzendbureau de Ziektewetuitke-ring van het UWV aan te vullen tot 91% van het uitkeringsloon
• Bij overeenkomsten zonder uitzendbeding dient het uitzendbureau 91% van het loon door te betalen;

2. Inlener stuurt uitzendkrachten naar huis maar niet op last van de autoriteiten

• Overeenkomsten met uitzendbeding eindigen van rechtswege doordat de inlener de terbeschikkingstelling beëindigt, tenzij de uitzendkracht met behulp van zijn advocaat een beroep doet op de nietigheid van het uitzendbeding.
• Bij overeenkomsten zonder uitzendbeding met uitsluiting van de loondoorbetalings-plicht is er geen recht op loondoorbetaling, met inachtneming van de regels voor op-roepovereenkomsten (4 dagen termijn).
• In overeenkomsten met loondoorbetaling behoudt de uitzendkracht recht op loon;

3. De uitzendkracht moet in quarantaine op last van de autoriteiten (niet ziek)

• De uitzendovereenkomst met uitzendbeding eindigt van rechtswege doordat de uitzend-kracht niet kan werken
• Overeenkomsten zonder uitzendbeding met uitsluiting van de loondoorbetalingsplicht lo-pen door. De uitzendkracht heeft geen recht op loon, tenzij de uitzendkracht al was opge-roepen in de komende vier dagen
• Is er sprake van loondoorbetaling dan zal de quarantaine in de meeste gevallen voor risico van het uitzendbureau komen.

Wilt u uw overeenkomst laten nazien of heeft u vragen naar aanleiding van dit artikel of andere arbeidsrechtelijke vragen neemt u dan gerust vrijblijvend contact op met PolenAdvies / PolskaPorada ( info@polskaporada.nl) of met mr. R.A.D. Koppelaar (koppe-laar@koppelaarlinssen.nl) .

Volgende jaar verandert de duur van de partneralimentatie voor nieuwe scheidingen. Per 1 januari 2020 wordt de duur van de alimentatie beperkt tot de helft van de duur van het huwelijk met een maximum van 5 jaar. De nieuwe wet geldt alléén voor echtscheidingen van na 1 januari 2020. Als op 1 januari 2020 al een verzoekschrift tot echtscheiding is ingediend dan wel de hoogte van de partneralimentatie is vastgesteld, blijft de huidige wet gelden.

Naast de hoofdregel van een maximale duur van 5 jaar zijn er drie uitzonderingen te weten:.

1. Als er sprake is van jonge kinderen (uit het huwelijk voortkomend) dan eindigt het recht op partneralimentatie op het moment dat het jongste kind de leeftijd van 12 jaar bereikt.
2. Als op de datum van het indienen van het echtscheidingsverzoek het huwelijk meer dan 15 jaar heeft geduurd en degene die alimentatie ontvangt, bereikt binnen 10 jaar de AOW-leeftijd, dan moet de partneralimentatie tot de AOW-leeftijd worden betaald.
3. Als op de datum van het indienen van het verzoek tot echtscheiding het huwelijk meer dan 15 jaar heeft geduurd en de alimentatiegerechtigde is op 1 januari 2020 ouder dan 50 jaar, wordt de alimentatieduur beperkt tot 10 jaar.

Daarnaast vermindert vanaf 2020 geleidelijk de fiscale aftrek van partneralimentatie voor de alimentatieplichtige die in de hoogste belastingschijf valt. Deze laatste maatregel zal niet alleen nieuwe scheidingen treffen maar ook scheidingen van vóór 2020.

ABU en NBBU

De Uitzendbrancheorganisaties ABU en NBBU hebben in juli 2019 nieuwe en volledig geharmoniseerde cao’s afgesloten voor alle uitzendkrachten in Nederland, die zullen ingaan op 30 december 2019 en zullen doorlopen tot 1 juni 2021. In de nieuwe cao’s is de beloning verbeterd. Uitzendkrachten krijgen recht op dezelfde toeslagen voor fysiek en zwaar werk en recht op een zelfde vergoeding van reisuren, waarop werknemers, die rechtstreeks in dienst zijn bij de inlenende bedrijven recht hebben. Verder komen er betere garanties op inkomenszekerheid bij het wegvallen van uitzendwerk.

Fase A,B,C

Na het ingaan van de nieuwe cao’s zullen uitzendkrachten sneller rechten opbouwen in de verschillende fases van het uitzenden ( Fase A, Fase B en Fase C van de ABU-CAO en Fase 1 tot en met 4 van de NBBU-CAO ). Dat kan bijvoorbeeld als de uitzendkracht via een ander uitzendbureau bij hetzelfde inlenende bedrijf gaat werken. Telkens opeenvolgende dag- en weekcontracten zijn straks niet meer mogelijk.

Verbetering van de rechtspositie van de Uitzendkracht

Reeds per 1 september 2019 worden in de huidige cao’s al de volgende wijzigingen ten behoeve van de verbetering van de rechtspositie van de uitzendkracht doorgevoerd:- Uitzendkrachten behouden hun rechtspositie in het fasesysteem als zij op verzoek van het uitzendbureau binnen het concern waartoe het uitzendbureau behoort bij een ander uitzendbureau van het concern in dienst treden.

Dat betekent dat bij een overgang naar dat andere uitzendbureau het aantal gewerkte uren wordt doorgeteld en de uitzendkracht dus sneller de diverse fases doorloopt;
– In het geval dat het inlenende bedrijf wordt opgevolgd door een ander inlenend bedrijf waarbij de uitzendkracht om zijn werk te behouden overgaat naar het uitzendbureau, waarmee dit andere bedrijf werkt, behoudt de uitzendkracht zijn rechtspositie in het fasesysteem. Hij start zijn werkzaamheden voor dit nieuwe uitzendbureau in dezelfde fase, waarin hij voor het oorspronkelijke uitzendbureau werkzaam was en behoudt zijn positie in die fase.

Loon en periodieke verhogingen

Ook wordt voor de bepaling van de hoogte van zijn loon en de toekenning van periodieke verhogingen rekening gehouden met het arbeidsverleden bij het oorspronkelijke uitzendbureau.

Heeft u vragen naar aanleiding van dit artikel of heeft u andere arbeidsrechtelijke vragen neemt u dan gerust vrijblijvend contact op Koppelaar & Linssen Advocaten

Zieke Werknemer

Als een werknemer twee jaar onafgebroken ziek is geweest, hoeft de werkgever geen loon meer te betalen. Sinds 2015 zijn veel van deze werknemers slapend op de payroll van hun werkgever blijven staan. Sinds dat jaar moet de werkgever een transitievergoeding betalen aan iedere werknemer, die twee jaar of langer bij hem gewerkt heeft en die het bedrijf van de werkgever op diens verzoek verlaat. Dat geldt dus ook als de werknemer het bedrijf verlaat na twee jaar ziekte.

Om te voorkomen dat na doorbetaling van loon gedurende 2 jaar tijdens ziekte ook nog eens een transitievergoeding moet worden betaald, ondernemen de meeste werkgevers geen stappen om het dienstverband te beëindigen, doch houden zij dit slapend in stand. Hieraan kleven echter behoorlijk wat risico’s. Als de werknemer plotseling herstelt en weer wel kan werken moet de werkgever opnieuw met de re-integratie starten. Bovendien loopt met het verstrijken van de tijd de transitievergoeding steeds verder op en wordt een toekomstig ontslag dus steeds duurder.

De Wet compensatie transitievergoeding

De Wet compensatie transitievergoeding bij langdurige ziekte van 11 juli 2018 lijkt de werkgevers echter soelaas te bieden. Op grond van deze wet kunnen zij per 1 januari 2020 een transitievergoeding, die is betaald aan de werknemer, die na twee jaar wordt ontslagen terug vragen van het UWV. Deze compensatie geldt voor arbeidsovereenkomsten, die na 1 januari 2015 zijn beëindigd wegens twee jaar ziekte. Door deze regeling heeft de werkgever geen enkel in rechte te respecteren belang meer bij het voortduren van de arbeidsovereenkomst. Na het indienen van de Wet van 11 juli 2018 , houdende compensatie transitievergoeding bij langdurige ziekte, is in de rechtspraak dan ook meermalen beslist, dat de werkgever verplicht is om akkoord te gaan met een voorstel van de werknemer tot beëindiging met wederzijds goedvinden van de arbeidsovereenkomst van een werknemer en tot betaling van de transitievergoeding.

Vaststellingsovereenkomst

Weigert de werkgever hiermede akkoord te gaan, dan is een procedure onvermijdelijk. In plaats hiervan verdient het echter de voorkeur om na twee jaar ziekte afspraken met de werkgever te maken over het einde van het dienstverband, waaronder de afspraak tot betaling van de transitievergoeding. Deze afspraken kunt u dan laten opnemen in een vaststellingsovereenkomst. De werkgever kan vervolgens vanaf 1 april 2020 een aanvraag indienen bij het UWV tot teruggave van de transitievergoeding, die hij aan de langdurig zieke werknemer heeft betaald. Lukt het echter niet om afspraken te maken, dan dient de werknemer erop te letten, dat voor verzoeken tot het toekennen van een transitievergoeding een vervaltermijn geldt van drie maanden na het einde van de arbeidsovereenkomst.

Ruzie over nalatenschap van bijna gelijktijdig overleden bruidspaar

Man en vrouw hebben elkaar leren kennen in een restaurant, waar zij beiden werkten. Na enige tijd zijn zij gaan samenwonen. Vervolgens hebben zij een woning gekocht. Op enig moment gedurende hun relatie zijn zij een geregistreerd partnerschap aangegaan. Vervolgens zijn zij getrouwd, zonder het opmaken van huwelijkse voorwaarden. Een dag na het huwelijk zijn zij op huwelijksreis vertrokken. Tijdens de huwelijksreis komen zij beiden te overlijden.

Deze twee verklaringen van de behandelend artsen geven geen eenduidig beeld over de tijdstippen waarop de man en de vrouw in het ziekenhuis zijn overleden.
De man en vrouw hebben geen testament nagelaten waarin zij over hun nalatenschap hebben beschikt. Over de mogelijkheid dat zij kort na elkaar zouden kunnen overlijden tijdens hun huwelijksreis hebben zij niet nagedacht. En dat kan hun niet kwalijk worden genomen.

Wettelijk kader

Als een overledene geen testament heeft opgesteld, bepaalt de wet wie erft. Artikel 4:10 lid 1 onder a BW bepaalt dat als de overledene een echtgeno(o)t(e) en/of kinderen heeft, dezen erven van de erflater. Indien de overledene geen kinderen of echtgeno(o)t(e) (meer) heeft, bepaalt artikel 4:10 lid 1 onder b BW dat de ouders en de broers en zussen van de overledene erven.

De rechtbank is van oordeel dat:

sprake is van een zeer uitzonderlijke situatie: Partijen waren slechts twee weken getrouwd. Zij hebben niet in een testament hun wensen inzake hun nalatenschap vastgesteld. Als zij dat wel hadden gedaan hadden zij naar alle waarschijnlijkheid voor deze situatie iets anders bepaald dan de wettelijke regeling. Zij zijn op zeer korte termijn na elkaar aan een zelfde oorzaak overleden. Het onder deze omstandigheden vasthouden aan de wettelijke volgorde zoals opgenomen in artikel 4:10 sub a BW, waarbij het gehele vermogen van de man en de vrouw alleen bij de familie van de een terechtkomt, druist in tegen het rechtsgevoel en is, juridisch gezegd, naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar.

Mag je zonder toestemming van de andere ouder met de kinderen verhuizen?

In het ouderschapsplan zijn partijen overeengekomen dat de minderjarigen hun hoofdverblijf bij de moeder zullen hebben. Ten aanzien van de zorgregeling hebben zij afgesproken – verkort weergegeven – dat de vader de minderjarigen in de oneven weken op maandagmiddag van school ophaalt en hen dinsdagochtend weer naar school brengt. Op de daaropvolgende vrijdagmiddag haalt de vader de minderjarigen van school en hij brengt hen op maandagochtend (in de even weken) weer naar school. Ook hebben partijen een achtervangregeling opgenomen, waarbij zij elkaars eerste aanspreekpunt zijn bij ziekte van de minderjarigen of de andere ouder;
– verder is in het ouderschapsplan de intentie opgenomen dat partijen in dezelfde regio zullen blijven wonen. In artikel 12 van het ouderschapsplan is vastgelegd dat de ouders in overleg treden bij een voorgenomen verhuizing en een dergelijke beslissing gezamenlijk nemen.

Moeder vraag in eerste instantie aan de Rechtbank toestemming om 200 kilometer met de kinderen te mogen verhuizen. De Rechtbank wijst het verzoek af.

Hoger beroep

Vrouw gaat in beroep bij het Gerechtshof van afwijzing verzoek vervangende toestemming verhuizing met de 2 kinderen naar woonplaats nieuwe partner, > 200 km van woonplaats man.
Zij deelt echter nu ter zitting mede dat zij zich daar zal vestigen ongeacht uitkomst appel. Hof bekrachtigt de beslissing: de verhuizing zal te ingrijpende gevolgen voor contact van kinderen met vader hebben. Maar nu het Gerechtshof geen toestemming geeft voor verhuizing met de kinderen zullen de kinderen vanaf het moment van verhuizing van moeder hun hoofdverblijf bij vader hebben.

Op 11 december 2018 heeft de Tweede Kamer ingestemd met het wetsvoorstel Herziening partneralimentatie.

 

Met dit wetsvoorstel – dat al in 2015 werd ingediend – wordt beoogd om de duur van de partneralimentatie terug te brengen van twaalf jaar naar maximaal vijf jaar.

Het grootste verschil met de huidige regeling is dat de duur van de partneralimentatie behoorlijk wordt beperkt, namelijk tot de helft van de duur van het huwelijk met een maximum van vijf jaar. Er zijn echter wel een aantal uitzonderingen:

1.als het jongste kind onder de 12 jaar is dan duurt de verplichting door tot het bereiken van de 12-jarige leeftijd;
als de alimentatiegerechtigde is geboren voor 1 januari 1970 en het huwelijk heeft in ieder geval 15 jaar geduurd, dan is er recht op 10 jaar partneralimentatie. Bedoeling is dat deze uitzondering vervalt 7 jaar na de inwerkingtreding van de nieuwe wet;
2.als het huwelijk minimaal 15 jaar heeft geduurd en de alimentatiegerechtigde heeft binnen 10 jaar na de echtscheiding recht op AOW, duurt de alimentatieplicht tot de AOW-leeftijd;
3.het bereiken van de AOW-leeftijd betekent niet automatisch het einde van de onderhoudsverplichting;
4.afspraken over partneralimentatie kunnen niet rechtsgeldig in huwelijkse voorwaarden worden opgenomen.
en beroep op een hardheidsclausule blijft mogelijk indien de beëindiging zeer ingrijpend is.

De duur van het huwelijk wordt berekend over de periode vanaf de datum huwelijk tot aan de datum indiening verzoekschrift echtscheiding (en dus niet tot aan de datum inschrijving van de echtscheiding in de registers van de Burgerlijke Stand).

De beoogde ingangsdatum is 1 januari 2020.
Er is geen overgangsbepaling. De datum indiening van het verzoekschrift echtscheiding is bepalend voor de toepassing van de oude (huidige) wettelijke bepalingen, dan wel – bij indiening na (vooralsnog) 1 januari 2020 – de nieuwe regeling.

De Wet ligt nu voor aan de Eerste Kamer.

Mag mijn ex-partner met de kinderen verhuizen zonder mijn toestemming?

Met enige regelmaat benaderen verontruste ouders mij met de vraag mag ik met de kinderen verhuizen?

Wanneer ouders uit elkaar gaan, zal dat meestal als gevolg hebben dat de kinderen bij een van de ouders hun hoofdverblijfplaats zullen hebben. De ouder bij wie de kinderen niet de hoofdverblijfplaats hebben, zal in de regel een omgangsregeling met de kinderen hebben.
Omdat internet steeds vaker nieuwe liefdes opleveren die aan de andere kant van het land komt het geregeld voor dat de ex-partner met de kinderen naar de andere kant van het land wil verhuizen om met de nieuwe liefde te gaan samenwonen.

Samen Gezag dan Toestemming vragen

Heeft de ouder bij wie de kinderen de hoofdverblijfplaats hebben toestemming nodig van de andere ouder om met de kinderen te verhuizen? Het antwoord is ja. Wanneer beide ouders gezag hebben over de kinderen, mag één van beide ouders niet zomaar met de kinderen verhuizen. Beide ouders hebben immers evenveel te zeggen over de verblijfplaats van de kinderen. Ouders moeten dus overleg voeren over de verhuizing en de gevolgen ervan. Eerder overeengekomen afspraken moeten mogelijk worden aangepast. Het kan namelijk zo zijn dat door de voorgenomen verhuizing de zorgregeling niet meer uitvoerbaar is.
Wat nu als de ouders het hierover niet met elkaar eens zijn na overleg?
Vervangende toestemming van de rechter

Zoals gezegd, heeft de vertrekkende ouder in principe toestemming nodig van de andere ouder. Wordt die toestemming niet gegeven, dan kan de vertrekkende ouder vervangende toestemming vragen aan de rechter.

Criteria

In een uitspraak van de Hoge Raad van 25 april 2008 is bepaald dat dient te worden gekeken naar alle omstandigheden van het geval, waarbij het belang van de kinderen een zeer grote rol speelt, maar dat sluit niet uit dat een ander belang zwaarder kan wegen.

Verhuizen zonder toestemming

Er zijn ook situaties waarin een ouder geen toestemming vraagt aan de andere ouder of rechter en zonder toestemming vertrekt. Ook in dat geval staat de achterblijvende ouder niet met lege handen. In een kortgedingprocedure kan de rechter worden gevraagd de vertrokken ouder te verplichten om met de kinderen terug te verhuizen.

Indien u uw verhuisplannen wilt doorzetten of indien uw ex-partner ondanks het ontbreken van uw toestemming met de kinderen wil verhuizen, kunt u contact met Koppelaar & Linssen Advocaten opnemen en kunnen wij uw belangen behartigen.

Stand van zaken

Op 1 oktober 2018 hebben de indieners van de Wet herziening partneralimentatie een derde voorstel ingediend.

De voorgestelde aanpassingen kunnen indien geaccepteerd voor toekomstige alimentatiegerechtigde veel consequenties hebben.

Hoofdregel

De hoofdregel in het Wetsvoorstel blijft dat de duur van de partneralimentatie de helft bedraagt van de duur van het huwelijk, met een maximum van 5 jaar. Een voorbeeld, na een huwelijk van 8 jaar is er gedurende 4 jaar een recht op partneralimentatie; na een huwelijk van 11 jaar is er gedurende 5 jaar een recht op partneralimentatie.

Uitzonderingen

Op deze hoofdregel maakt het wetsvoorstel twee uitzonderingen, voor huwelijken met jonge kinderen en voor langdurige huwelijken. Het voorstel voor huwelijkse met jonge kinderen blijft ongewijzigd: bij huwelijken met kinderen die jonger zijn dan 12 jaar, is de duur van de partneralimentatie maximaal 12 jaar (namelijk tot het jongste kind 12 jaar oud geworden is). Als een huwelijk strandt als het jongste kind 6 jaar oud is, is de partneralimentatieduur dus maximaal 6 jaar.

Vanaf 50 jaar en AOW

In het voorstel voor langdurige huwelijken is een uitbreiding opgenomen voor de uitzondering voor 50+-ers. Bij huwelijken langer dan 15 jaar, waarbij de leeftijd van de alimentatiegerechtigde ten hoogste 10 jaar lager is dan de AOW-leeftijd, wordt de duur van de partneralimentatie maximaal 10 jaar. Alimentatiegerechtigden van 50 jaar en ouder die langer dan 15 jaar zijn getrouwd, hebben recht op 10 jaar alimentatie. Deze extra maatregel vervalt na zeven jaren.
Het vermoeden is dat dit voorstel het wel zal gaan reden en vanaf januari 2020 zal gaan gelden.