Naar boven
MENU
MENU

Ruzie over nalatenschap

Ruzie over nalatenschap van bijna gelijktijdig overleden bruidspaar

Man en vrouw hebben elkaar leren kennen in een restaurant, waar zij beiden werkten. Na enige tijd zijn zij gaan samenwonen. Vervolgens hebben zij een woning gekocht. Op enig moment gedurende hun relatie zijn zij een geregistreerd partnerschap aangegaan. Vervolgens zijn zij getrouwd, zonder het opmaken van huwelijkse voorwaarden. Een dag na het huwelijk zijn zij op huwelijksreis vertrokken. Tijdens de huwelijksreis komen zij beiden te overlijden.

Deze twee verklaringen van de behandelend artsen geven geen eenduidig beeld over de tijdstippen waarop de man en de vrouw in het ziekenhuis zijn overleden.
De man en vrouw hebben geen testament nagelaten waarin zij over hun nalatenschap hebben beschikt. Over de mogelijkheid dat zij kort na elkaar zouden kunnen overlijden tijdens hun huwelijksreis hebben zij niet nagedacht. En dat kan hun niet kwalijk worden genomen.

Wettelijk kader

Als een overledene geen testament heeft opgesteld, bepaalt de wet wie erft. Artikel 4:10 lid 1 onder a BW bepaalt dat als de overledene een echtgeno(o)t(e) en/of kinderen heeft, dezen erven van de erflater. Indien de overledene geen kinderen of echtgeno(o)t(e) (meer) heeft, bepaalt artikel 4:10 lid 1 onder b BW dat de ouders en de broers en zussen van de overledene erven.

De rechtbank is van oordeel dat:

sprake is van een zeer uitzonderlijke situatie: Partijen waren slechts twee weken getrouwd. Zij hebben niet in een testament hun wensen inzake hun nalatenschap vastgesteld. Als zij dat wel hadden gedaan hadden zij naar alle waarschijnlijkheid voor deze situatie iets anders bepaald dan de wettelijke regeling. Zij zijn op zeer korte termijn na elkaar aan een zelfde oorzaak overleden. Het onder deze omstandigheden vasthouden aan de wettelijke volgorde zoals opgenomen in artikel 4:10 sub a BW, waarbij het gehele vermogen van de man en de vrouw alleen bij de familie van de een terechtkomt, druist in tegen het rechtsgevoel en is, juridisch gezegd, naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar.