Vaccinatie is niet alleen een gezondheidsvraag maar ook een juridisch dilemma als ouders niet op een lijn liggen.

De casus die in december van het vorig jaar speelde bij de Rechtbank in ’s-Hertogenbosch.

Vervangende toestemming

De minderjarige vraagt in haar e-mail aan de rechter vervangende toestemming van de rechtbank voor haar tweede vaccinatie. Zij wil zichzelf, haar moeder, haar oma’s en anderen beschermen tegen corona en zij wil kunnen meedoen met vriendinnen bij activiteiten waarvoor een QR-code nodig is.

Moeder is tegen het vaccineren van de minderjarige. Zij is – kort gezegd – bezorgd over mogelijke gezondheidsschade als gevolg van de vaccinatie. De vader van de minderjarige vindt dat de wens van minderjarige moet worden gevolgd.

Minderjarige kent de bezwaren van haar moeder, maar wil toch graag gevaccineerd worden. Zij geeft aan dat ze goed heeft nagedacht over haar keuze en dat ze erover heeft gesproken met anderen. Samen met haar coach, die ze heeft via Veilig Thuis, heeft minderjarige ook informatie opgezocht van Rijksoverheid en de GGD.

De wet

Uitgangspunt van de wet is dat voor vaccinatie van minderjarige tussen 12 en 16 jaar de toestemming nodig is van de minderjarige zelf en van zijn ouders die het gezag hebben.
Wanneer de ouders – of een van beide – de toestemming weigert, kan de vaccinatie toch plaatsvinden als de vaccinatie nodig is om ernstig nadeel te voorkomen en als de minderjarige goed heeft nagedacht over zijn wens en bij zijn wens blijft.

Uitspraak van de rechtbank ‘s-Hertogenbosch

De rechtbank komt tot de conclusie dat de minderjarige zich op grond van artikel 7:450 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek kan laten vaccineren, ook zonder toestemming van haar moeder.

De minderjarige heeft dus geen toestemming van de rechtbank nodig om de toestemming van moeder te vervangen en zij had geen verzoek aan de rechtbank hoeven te doen. De minderjarige kan zich zonder toestemming van de moeder laten vaccineren tegen Covid-19

Na echtscheiding of verbreking samenleving gebeurt het regelmatig dat een van de partners de voormalige gezamenlijke woning wil overnemen. Hiervoor is natuurlijk financiering nodig. De huidige hypotheek moet worden overgenomen en vaak moet er aan de andere partner een bedrag worden uitgekeerd aan overwaarde.

Een oplossing voor een financieringsprobleem kan gevonden worden bij de familie. Met een familiehypotheek sluit je een hypotheek af bij je familie.

Maar let op wil je in aanmerking komen voor hypotheekaftrek dan zijn er wel een aantal voorwaarden aan verbonden.

Zo blijkt uit een recente uitspraak van de Rechtbank.

Wat was het geval een zoon had geld geleend van zijn vader voor de aankoop van zijn huis. De betaalde rente brengt hij in mindering bij zijn aangifte IB. De inspecteur weigert de aftrek.

Rechtbank: Vast staat dat in leningsovereenkomst niet is opgenomen dat de zoon verplicht is de lening van € 195.000 ten minste annuïtair en in ten hoogste 360 maanden af te lossen (de contractuele verplichting tot aflossing). Er is daarom geen sprake van een eigenwoningschuld in de zin van de Wet op de Inkomstenbelasting De rente is niet aftrekbaar.

Wil je na echtscheiding of verbreking samenleving de woning overnemen van jouw ex-partner laat je dan goed adviseren.

Volgens onderzoek van de Inspectie SWZ ( Arbeidsinspectie) steeg het totale aantal bedrijfsongevallen in 2017 in Nederland met 12 % ten opzichte van 2016. In absolute zin vonden de meeste arbeidsongevallen plaats in de hoofdsectoren industrie, bouwnijverheid, handel en vervoer en opslag. Op basis van de absolute aantallen gestarte ongevalsonderzoeken is in 2017 in de meeste sectoren een stijging van het aantal ernstige arbeidsongevallen te zien.

Het aandeel van uitzendkrachtenals slachtoffer van ernstige arbeidsongevallen neemt sinds 2012 toe. In 2017 is voor het eerst meer dan een vijfde (21%) van de geregistreerde slachtoffers uitzendkracht.

Stappenplan bij bedrijfsongeval

Wanneer u tijdens werktijd betrokken raakt bij een bedrijfsongeval :

  • Maak hiervan dan direct melding bij uw leidinggevende of bij uw werkgever;
  • Als u ernstige verwondingen hebt laat uw werkgever dan een melding van het ongeval doen bij de Inspectie SWZ of maak hiervan zelf melding bij de Inspectie.    Het meldingsformulier vindt u op de website van de Inspectie.
  • Vraag uw werkgever om een ongevalsrapport op te stellen;
  • Neem contact op met een jurist.

Aansprakelijkheid van uw werkgever bij bedrijfsongeval

Uit de Wet en de rechtspraak blijkt dat de werkgever in bijna alle gevallen aansprakelijk is voor de schade, die het gevolg is van een ongeval op de werkplek. Deze schade is doorgaans gedekt door de aansprakelijkheidsverzekering voor bedrijven (AVB-verzekering), die bijna elke werkgever in Nederland heeft afgesloten.

Wat kunnen wij voor u betekenen ?

  • Met uw werkgever wordt telefonisch contact opgenomen om de aansprakelijkheidsstelling aan te kondigen. Hierdoor worden mogelijke spanningen in de arbeidsrelatie voorkomen;
  • De werkgever wordt en – indien u een uitzendkracht bent — het inlenende bedrijf  worden namens u aansprakelijk gesteld voor het bedrijfsongeval en verzocht hiervan melding te maken bij de AVB-verzekeraar;
  • De werkgever wordt tevens verzocht en zo nodig gesommeerd tot doorbetaling van het loon gedurende de periode van uw arbeidsongeschiktheid;
  • Indien u vòòr of tijdens de schadebehandeling al kosten heeft gemaakt, zoals extra reiskosten voor een bezoek aan de dokter en/ of het ziekenhuis of kosten voor het inschakelen van huishoudelijke hulp, vragen wij de verzekeraar hiervoor een voorschot te verstrekken;
  • Wij informeren de verzekeraar over het verloop van uw herstel en voorzien de verzekeraar desgewenst van de benodigde medische machtigingen;
  • Bent u door het ongeval arbeidsongeschikt geraakt dan is het belangrijk dat u zo snel mogelijk kunt terug keren in uw werk. Ons kantoor beschikt over de mogelijkheid u hierbij door een Arbeidskundig Adviesbureau te laten begeleiden. Dit bureau is gespecialiseerd in de advisering en begeleiding van letselschadeslachtoffers.

Kosten rechtsbijstand

Aan het inschakelen van een advocaat zijn kosten verbonden. Deze zogenoemde buitengerechtelijke kosten worden door de verzekeraar betaald, indien uw werkgever aansprakelijk is voor het ongeval. Dat betekent dat de juridische hulp na een ongeval voor u doorgaans kosteloos is.

Wilt u zich na een bedrijfsongeval laten begeleiden door ons kantoor of heeft u vragen naar aanleiding van dit artikel of andere arbeidsrechtelijke vragen neemt u dan gerust vrijblijvend contact op.

Het komt steeds vaker voor dat in familierechtzaken een bijzondere curator wordt benoemd.

Wat is zo’n bijzondere curator en wat doet hij of zij precies?

Afstammingszaken

In afstammingszaken wordt door de rechtbank altijd een bijzondere curator benoemd. Het afstammingsrecht regelt de familierechtelijke betrekkingen tussen ouders en kinderen en hun bloedverwanten. In afstammingszaken gaat het vaak om de vraag wie moet(en) worden gezien als de juridische ouder(s) van het kind. Juridisch ouder wordt men door de geboorte van een kind binnen het huwelijk, door adoptie, erkenning of gerechtelijke vaststelling van het vaderschap.

Rechtbank

In de bij de Rechtbank gevoerde procedures gaat het vaak om een verzoek tot vervangende toestemming voor erkenning, in het geval de moeder geen toestemming voor erkenning wil geven, of het gerechtelijk vaststellen van het vaderschap van een kind en ontkenning van bijvoorbeeld het vaderschap.

Advocaat

De bijzondere curator in afstammingszaken is een advocaat, die na onderzoek zelfstandig dient te beoordelen of dat wat verzocht is in het belang van het kind is. Ook kan een bijzondere curator zelfstandig, dus namens het kind een verzoek met betrekking tot zijn afstamming doen. Dit kan zelfs indien het kind erg jong is en nog niet kan aangeven wat hij wenst.

Procedure

Volgens vaste jurisprudentie en de wet is de bijzondere curator in afstammingskwesties exclusief bevoegd om het minderjarige kind in een juridische procedure te vertegenwoordigen. Deze bevoegdheid vervangt dus de vertegenwoordigingsbevoegdheid van beide ouders in de procedure.

De drie hoofdtaken van de bijzondere curator in afstammingskwesties zijn:

  • het nakijken van de internationale rechtsmacht en het toepasselijke recht;
  • de standpunten van de belanghebbenden inventariseren door het voeren van persoonlijke gesprekken;
  • het innemen van een standpunt over de gedane afstammingsverzoeken.

Verder dient de bijzondere curator zich uit te laten over de noodzakelijkheid van een DNA-test, indien partijen van mening verschillen over het vaderschap. Ook is de curator bevoegd een zelfstandig verzoek te doen namens het kind. Tot slot wordt van de bijzondere curator verwacht dat hij aanwezig is op de zitting.

Sinds september 2021 staat mr Marjo Linssen ingeschreven in het register van de Stichting Bijzondere Curator Nederland en bij de Raad voor Rechtsbijstand.  

Het komt regelmatig voor dat nadat partijen uit elkaar zijn een van de ouders met de kinderen naar elders wil verhuizen. Wanneer beide ouders gezag hebben over de kinderen dan is er toestemming nodig van de andere ouder voor een dergelijke verhuizing.

Ouders zonder gezag maar met een omgangsregeling zagen vaak kinderen naar het andere kant van het land vertrekken zonder dat zij daar veel aan konden doen.

Recent is er een uitspraak geweest in kort geding van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden die ouders zonder gezag wat meer inspraak lijkt te geven op een dergelijke ingrijpende verhuizing.

In deze zaak waren ouders het er over eens dat de vader gezag zou krijgen. Voor dat dit was geregeld verhuisde moeder met kind 160 km verderop.

Het hof overweegt dat de moeder, omdat zij het eenhoofdig gezag heeft, de bevoegdheid heeft om over de woonplaats van de minderjarige te beslissen. Deze bevoegdheid wordt echter begrensd. De moeder heeft de plicht om een ingrijpende verhuizing vooraf met de vader te bespreken. Daarnaast dient zij er voor te zorgen dat de band tussen de minderjarige en de vader niet in het gedrang komt.

Het Gerechtshof concludeerde dat er onvoldoende zicht is op de belangen van het kind (4 jaar). In afwachting van een Raadsonderzoek dient er in de situatie van het kind zo min mogelijk te veranderen. Kind moet dus -tot nader beslissingen in de bodemprocedure- terug naar oude omgeving en zal bij vader verblijven zolang de moeder niet terug verhuist.

Nu maakt een zwaluw nog geen zomer maar er lijkt beweging in te komen dat ook ouders zonder gezag inspraak krijgen over de woonplaats van hun kinderen.

De werkgever kan het arbeidscontract niet zomaar opzeggen als de werknemer hier niet mee instemt. Wel kan de werkgever de arbeidsovereenkomst beëindigen door opzegging via een ontslagprocedure bij het UWV of ontbinding door de Kantonrechter of het niet verlengen van een tijdelijk contract. Tenslotte kan de werkgever ook voorstellen het contract met wederzijds goedvinden te beëindigen.

Aanspraken werknemer

In geval van beëindiging van het contract kan de werknemer aanspraak maken op afgifte van de navolgende documenten:

  • Een eindafrekening;
  • Een neutraal of positief getuigschrift.

In geval van beëindiging van het contract kan de werknemer aanspraak maken op betaling van de navolgende bedragen:

  • Achterstallig loon;
  • Ten onrechte ingehouden bedragen op uw loon;
  • Verschuldigde toeslagen wegens gewerkte overuren, wegens gewerkte nachtelijke uren, wegens gewerkte uren op zaterdagen en/of zondagen en wegens gewerkte uren op feestdagen;
  • Opgebouwde doch niet opgenomen vakantiedagen;
  • De pro rato verschuldigde vakantietoeslag;
  • Loon over de geldende opzegtermijn;
  • Transitievergoeding.

Let op : voor verzoeken tot het toekennen van een transitievergoeding geldt een vervaltermijn van drie maanden na het einde van de arbeidsovereenkomst.

Recht op WW-uitkering

In geval van beëindiging van het contract door opzegging door de werkgever of ontbinding door de kantonrechter heeft de werknemer recht op een WW-uitkering, tenzij de werknemer ernstig verwijtbaar heeft gehandeld. Door akkoord te gaan met een voorstel van de werkgever tot beëindiging van het contract verliest de werknemer niet het recht op een WW-uitkering. Voorwaarde is wel dat duidelijk is dat het initiatief bij de werkgever ligt , er geen dringende aan de werknemer te verwijten reden is, dat de werknemer niet ziek is en dat rekening wordt gehouden met de opzegtermijn voor de werkgever.

Advies

Laat elke beëindiging van een arbeidsovereenkomst op een van de bovenstaande wijzen en ook ieder voorgenomen en/of gegeven ontslag al dan niet op staande voet toetsen door een arbeidsrechtjurist.

Gaat u trouwen of bent u getrouwd na 1 januari 2018 en heeft u geen huwelijkse voorwaarden bij een notaris afgesloten, dan bent u in beperkte gemeenschap van goederen gehuwd.

Dit geldt ook wanneer u een geregistreerd partnerschap aangaat. De situatie waarbij al het vermogen van beide partners op één hoop werd gegooid is hiermee op de schop gegaan. Maar wat houdt dit nu voor u in?

Beperkte gemeenschap van goederen.

De beperkte gemeenschap van goederen houdt in dat privébezittingen en schulden die u had vóór het huwelijk, ook tijdens het huwelijk van u privé blijven. Bij schenkingen en erfenissen maakt het met de komst van de beperkte gemeenschap van goederen niet meer uit of deze is ontvangen voor of tijdens het huwelijk, deze blijft ook van u privé. Alle bezittingen en schulden die u en uw partner al gezamenlijk hadden of hebben opgebouwd tijdens het huwelijk worden gemeenschappelijk en dienen gezamenlijk verdeeld te worden. Het maakt hierbij niet uit of de andere partner van deze bezittingen of schulden afwist. Vastleggen bezittingen en schulden Wanneer u gaat trouwen is het erg belangrijk dat u vastlegt welke bezittingen en schulden van u zijn en welke van uw partner zijn.

Scheiden

Mocht u gaan scheiden dan is dit nodig om te bepalen welke bezittingen van u zijn. Ook tijdens het huwelijk dient bijgehouden te worden welke bezittingen en schulden van u zijn en welke van uw partner. Dit kunt u doen door bijvoorbeeld bankafschriften, aankoopnota’s en notariële akten te bewaren. Wanneer u dit niet doet, en het huwelijk mondt uit in een scheiding, dan ziet de rechter alle bezittingen en schulden als gemeenschappelijk en worden deze bij helfte verdeeld. U heeft dan geen recht meer op uw eigen deel. Het draait dan ook allemaal om een ijzersterke administratie. Eigen woning of onderneming Wanneer u óf uw partner in het bezit is van een eigen woning of onderneming dan wordt aangeraden om uw persoonlijke situatie te bespreken om te bekijken wat voor u de beste optie is. Op die manier komt u niet voor verrassingen te staan.

Alternatief

Bent u het niet eens met de beperkte gemeenschap van goederen of wilt u zelf beslissen op welke manier u uw bezittingen en schulden verdeeld? Dan kunt u ervoor kiezen om te huwen op basis van huwelijkse voorwaarden. U kunt er dan bijvoorbeeld voor kiezen om te huwen in de oude algehele gemeenschap van goederen van vóór 2018.

Volgens uitkeringsinstantie UWV verdwenen in sectoren, die getroffen werden door de

Coronacrisis, tussen februari en eind juli 2020 125.000 banen in Nederland.

Bij uitzendbureaus verdwenen 31.000 banen. Het UWV verwacht ondanks aankondiging van nieuwe steunmaatregelen dat er dit jaar nog meer banen zullen verdwijnen en het aantal

WW-uitkeringen zal stijgen.

Werknemers maken zich zorgen over de gevolgen voor hun baan door de uitbraak van het coronavirus. Kunnen zij zonder meer worden ontslagen?

Beëindigingsmogelijkheden arbeidsovereenkomst

De meest voorkomende methoden voor de beëindiging van een arbeidsovereenkomst zijn:

  1. Een einde met wederzijds goedvinden

 Een nog steeds veel gebruikte methode is het sluiten van een vaststellingsovereenkomst (VSO) waarbij werkgever en werknemer samen overeenkomen, dat de arbeidsovereenkomst op een in de toekomst gelegen datum zal eindigen. In deze VSO kunnen ook andere afspraken worden vastgelegd, zoals:

  • Betaling van de opgebouwde doch niet-genoten vakantiedagen, de pro rato nog verschuldigde vakantietoeslag en de transitievergoeding;
  • De vrijstelling van het verrichten van werk tot de einddatum;
  • Ontslag uit het concurrentiebeding;
  • Een door de werkgever te betalen bijdrage in de kosten van rechtsbijstand van de werknemer.

Een werknemer heeft na instemming met de beëindiging 14 dagen bedenktijd om op die instemming terug te komen. Met behulp van een correct geformuleerde VSO kan hij een

WW-uitkering aanvragen bij het UWV,

  • Opzegging

Bij opzegging is sprake van een eenzijdige beëindiging van de arbeidsovereenkomst.

Opzegging komt voor in drie varianten:

  • Opzegging van een contract voor bepaalde tijd na afloop van de tijd waarvoor dit is aangegaan;

De beëindiging van het contract moet een maand voor het verstrijken van de termijn worden aangezegd op straffe van verschuldigdheid van een aanzegvergoeding.

Daarnaast heeft de werknemer ook bij het beëindigen van een contract voor bepaalde tijd recht op een transitievergoeding;

  • Opzegging na toestemming van het UWV;

Voor het ontslag van een werknemer met wie een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd is gesloten moet er sprake zijn van een zogenoemde redelijke grond. Is er sprake van een dergelijke grond dan kan de werkgever een verzoek indienen bij het UWV of de Kantonrechter (zie hierna 3. ontbinding).

Voor twee ontslaggronden geldt dat het UWV de werkgever vooraf toestemming moet geven om de arbeidsovereenkomst te mogen opzeggen:

  • bedrijfseconomische redenen en
  • langdurige arbeidsongeschiktheid

Een ontslagaanvraag op basis van bedrijfseconomische redenen toetst het UWV aan de Uitvoeringsregels BE. Bij een bedrijfseconomisch ontslag heeft een werkgever relatieve vrijheid bij het bepalen binnen welke functies arbeidsplaatsen komen te vervallen doch de ontslagvolgorde dient te worden vastgesteld aan de hand van het afspiegelingsbeginsel (raadpleeg hiervoor www.uwv.nl.).

Een ontslagaanvraag wegens langdurige arbeidsongeschiktheid wordt getoetst aan de Uitvoeringsregels Langdurige Arbeidsongeschiktheid. Het UWV verleent toestemming voor opzegging als een werknemer niet binnen 26 weken het eigen werk kan hervatten, ook niet in aangepaste vorm (raadpleeg hiervoor www.uwv.nl.).

  • Opzegging wegens een dringende reden;

Bij opzegging van de arbeidsovereenkomst wegens een dringende reden, ook wel een ontslag op staande voet genoemd, eindigt de arbeidsovereenkomst met

onmiddellijke  ingang en heeft de werknemer geen recht op een WW-uitkering.

De werknemer doet er dan ook verstandig aan onmiddellijk een advocaat in te schakelen en via hem de Kantonrechter te verzoeken het ontslag te vernietigen. Dit verzoek dient binnen twee maanden na het ontslag te worden ingediend.

  • Ontbinding

Zowel de werkgever als de werknemer kan de Kantonrechter verzoeken de arbeidsovereenkomst te ontbinden. De werkgever kan slechts ontbinding vragen op één  van de in de wet opgenomen ontslaggronden, zoals frequent ziekteverzuim, disfunctioneren, verwijtbaar handelen of nalaten en verstoorde arbeidsverhoudingen. De werknemer kan ontbinding vragen wegens verandering van omstandigheden.

Ontslagvergoedingen

Zowel bij opzegging als bij ontbinding van de arbeidsovereenkomst maar ook in geval van het niet verlengen van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd heeft de werknemer in principe recht op een transitievergoeding. Deze vergoeding is gelijk aan 1/3e maandloon per

gewerkt jaar. Het recht om een transitievergoeding te vorderen vervalt drie maanden na de datum waarop de arbeidsovereenkomst is geëindigd.

Bij ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever heeft de werknemer naast de transitievergoeding recht op een billijke vergoeding.  Van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten is bijvoorbeeld sprake als er wordt opgezegd gedurende arbeidsongeschiktheid of als de werkgever bewust een verstoorde arbeidsverhouding heeft veroorzaakt of wanneer een ontslag op staande voet ten onrechte wordt gegeven.

Ontslagprocedures

De werknemer die het niet eens is met zijn ontslag kan dit aanvechten bij de Kantonrechter en in   hoger beroep gaan bij het Gerechtshof. De reden om het ontslag aan te vechten kan bijvoorbeeld zijn dat is opgezegd tijdens arbeidsongeschiktheid, zonder toestemming van het UWV of zonder instemming , waar die wel nodig was.

De werknemer kan de rechter verzoeken de opzegging te vernietigen, zodat de arbeidsovereenkomst blijft doorlopen , een billijke vergoeding toe te kennen of de werkgever te veroordelen de arbeidsovereenkomst te herstellen.

ADVIES

Laat elke beëindiging van een arbeidsovereenkomst op een van de bovenstaande wijzen en ook ieder gegeven ontslag al dan niet op staande voet toetsen.

Door de problemen rond het coronavirus zullen veel mensen er financieel minder goed voor komen te staan. Dit kan tijdelijk zijn, maar ook langduriger. Als u werkzaam bent als ondernemer, ervaart u wellicht nu al omzetverlies. Als ZZP’er krijgt u mogelijk minder opdrachten binnen en ziet u daardoor uw omzet dalen en uw winst afnemen. Wanneer u in loondienst bent, krijgt u mogelijk (tijdelijk) minder loon uitbetaald of verliest u op enig moment zelfs uw baan. Mogelijk raakt u in de problemen met de betaling van uw alimentatie. Of wellicht heeft u door de gewijzigde omstandigheden juist meer alimentatie nodig.

Verplichting

Als de verplichting tot betaling van alimentatie is opgenomen in een overeenkomst of beschikking van de rechtbank, dan moet de alimentatie in beginsel ook betaald worden. Stoppen met betalen zonder toestemming van de alimentatiegerechtigde is niet toegestaan. De alimentatie kan dan door het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdrage (“LBIO”) worden geïnd. Vooralsnog is het niet duidelijk hoe het LBIO hiermee omgaat, nu er in veel gevallen sprake is van overmacht of een financiële noodsituatie door de gevolgen van het coronavirus.

Gronden voor wijziging

Het wegvallen of verminderen van het inkomen is in beginsel reden voor wijziging van de alimentatie. De wet noemt een wijziging van omstandigheden als grondslag voor een mogelijke wijziging van de alimentatie. Een inkomenswijziging is dus aan te merken als een dergelijke wijziging van omstandigheden voor zover de draagkracht van de alimentatieplichtige hierdoor vermindert.
Wijziging van de alimentatie vanwege inkomensverlies of -vermindering is dus zeker mogelijk, zolang het verlies niet verwijtbaar of vermijdbaar is.

Rechtbank

Ter bestrijding van het coronavirus zijn de gerechten met ingang van dinsdag 17 maart tot en met 6 april 2020 gesloten. Dat betekent dat het aanbrengen van nieuwe zaken op dit moment niet wenselijk is. Urgente zaken gaan wel door. Dit zijn zaken waarin een rechterlijke beslissing niet uit kan blijven, omdat dit gevolgen heeft voor de rechten van rechtszoekenden. Bepaalde familiezaken zijn als urgent aangemerkt. Alimentatiezaken worden vooralsnog niet als urgent aangemerkt. Na 6 april 2020 komt hier wellicht verandering in.

Wees redelijk!

Het is voor iedereen een moeilijke tijd, waarin van ons gevraagd wordt om ons constant aan te passen. Maatregelen veranderen bijna dagelijks. Probeer daarom juist nu een beetje rekening te houden met elkaar. Wees redelijk en probeer met elkaar tot een oplossing te komen.

Advies

Geadviseerd wordt in onderling overleg tijdelijk een nieuw alimentatiebedrag af te spreken. Als deze crisis achter de rug is, kunnen de oude afspraken herleven, ofwel kan er een hele andere regeling getroffen worden.

Heeft u vragen naar aanleiding van dit artikel of andere vragen neemt u dan gerust vrijblijvend contact op met Mr M.J.S. Linssen (linssen@koppelaarlinssen.nl).

Uitzendkrachten maken zich zorgen over de gevolgen voor hun baan door de uitbraak van het coronavirus. Hoe zit het bijvoorbeeld met de doorbetaling van hun loon?

Loondoorbetaling

Met de loondoorbetalingsplicht zijn er drie verschillende situaties mogelijk:

1. De uitzendkracht is ziek (isolatie)

Hiervoor gelden de normale regels bij ziekte. De gevolgen zijn dus afhankelijk van het soort arbeidsovereenkomst:

• Bij overeenkomsten met uitzendbeding dient het uitzendbureau de Ziektewetuitke-ring van het UWV aan te vullen tot 91% van het uitkeringsloon
• Bij overeenkomsten zonder uitzendbeding dient het uitzendbureau 91% van het loon door te betalen;

2. Inlener stuurt uitzendkrachten naar huis maar niet op last van de autoriteiten

• Overeenkomsten met uitzendbeding eindigen van rechtswege doordat de inlener de terbeschikkingstelling beëindigt, tenzij de uitzendkracht met behulp van zijn advocaat een beroep doet op de nietigheid van het uitzendbeding.
• Bij overeenkomsten zonder uitzendbeding met uitsluiting van de loondoorbetalings-plicht is er geen recht op loondoorbetaling, met inachtneming van de regels voor op-roepovereenkomsten (4 dagen termijn).
• In overeenkomsten met loondoorbetaling behoudt de uitzendkracht recht op loon;

3. De uitzendkracht moet in quarantaine op last van de autoriteiten (niet ziek)

• De uitzendovereenkomst met uitzendbeding eindigt van rechtswege doordat de uitzend-kracht niet kan werken
• Overeenkomsten zonder uitzendbeding met uitsluiting van de loondoorbetalingsplicht lo-pen door. De uitzendkracht heeft geen recht op loon, tenzij de uitzendkracht al was opge-roepen in de komende vier dagen
• Is er sprake van loondoorbetaling dan zal de quarantaine in de meeste gevallen voor risico van het uitzendbureau komen.

Wilt u uw overeenkomst laten nazien of heeft u vragen naar aanleiding van dit artikel of andere arbeidsrechtelijke vragen neemt u dan gerust vrijblijvend contact op met PolenAdvies / PolskaPorada ( info@polskaporada.nl) of met mr. R.A.D. Koppelaar (koppe-laar@koppelaarlinssen.nl) .